In een Haarlems' handschrift van de familie Van der Burch wordt verteld dat er in het glas-in-lood van een "sekere Gappelle" (de consistoriekamer?) van de Woudtse kerk drie figuren stonden afgebeeld "welckers cleedinge ende gestaltenisse nyet anders mede en brengen, dan dat die geweest syn van ende uyt het geslachte (Van der Burch), daer de voors. wapenen (familiewapens), daer onder die staen, toebehoorich syn". De kapel, die vermoedelijk dienst deed als doopkapel, werd in de geuzentijd vernield. Tijdens de laatste restauratie heeft men het gebouwtje weer opgebouwd en ingericht als kerkeraadskamer.

Aan de muur hangen verschillende lijstjes met foto's van predikanten die in 't Woudt hun werkterrein hebben gehad. De koperen plaat is afkomstig van het oude torenuurwerk. Hierin staat gegraveerd: "Reparata 1786, kerkmrs. Philips Akkersdijk & Arij Pieter Dijkshoorn, Door Fr. Bontje, Mr. Smidt a Delft".

Tegenover de consistoriekamer hangt aan de zuidelijke torenwand een schilderijtje van P. Kramer (1879-1940), die daarop een deel van het front van de kerk heeft vastgelegd. Rechts van de toegang ziet men tussen twee steunberen een muurtje, waarachter tot in deze eeuw de beenderen werden bewaard die bij het grafdelven bovenkwamen. Naast deze afbeelding vindt men een foto van een paneeltje met twee wapens. Het heeft op een familiebank gezeten, die na de restauratie niet meer in de kerk is teruggekeerd. De initialen C.D.J. en C.D.H. zijn van Cornelis de Jong en zijn echtgenote Cornelia Dijkshoorn. Boven hun wapens staat het jaartal 1871.