De zeshoekige preekstoel is een zeer gaaf meubelstuk uit 1601.
Op de hoeken bevinden zich zuilen met gebeeldhouwde kapitelen; op de panelen ziet men ruitvormen, die extra zijn benadrukt door een beschildering in goud met zwarte, als schaduw bedoelde, randjes. In dezelfde techniek zijn ook het jaartal 1601 en twee paar initialen aangebracht. Op het centrale paneel staan aan weerszijden van een passer de letters S.R.; op het paneel rechts daarvan herkent men de letters C. L. Waarschijnlijk duiden ze op de namen van respectievelijk de schrijnwerker/ontwerper en de uitvoerende timmerman. Tijdens de laatste restauratie werd de kansel van een dofbruine vernislaag ontdaan, waarbij deze goed geconserveerde gegevens te voorschijn kwamen.

Ook leesbaar is de tekst: ("So is dan het gheloove) uyt het ghehoor ende het ghehoor door het woordt Godts. Tot den Romeiin X.XVII. Gods woort blyft in eewicheit." Op het linker paneel zijn de tussen haakjes geplaatste woorden weggevallen.

Op het achterschot dat de preekstoel met het klankbord verbindt, staat eveneens een bijbeltekst. Hoewel hiervan nog maar enkele letters zijn te lezen, zal ook dit vers – overeenkomstig de hervormde leer – de bedoeling hebben gehad het belang van Gods Woord te benadrukken.
Een rekening van 1615 vermeldt: "Noch betaelt voor een lessenaer voor op de preedycant stoel, drie guldens en vijf stuijvers",
Het is niet bekend of dit al de huidige koperen lezenaar was. De Statenbijbel op de kansel dateert uit 1660. De bijbel van de voorlezer op de lezenaar boven het doophek draagt het jaartal 1682. De betekenis van de letters S.P.C., die in koper aan de onderkant van deze standaard zijn aangebracht, is nog onbekend.
In 1656 wordt de schoolmeester betaald voor "de kerkeborde te schildere die aen de preeckstoel hangen". Op foto's van vóór de restauratie ziet men nog deze "psalmborden". De fraaie oude bordjes links en rechts van de kansel zijn een geschenk van de vrouwenvereniging en sieren de kerk sinds 1959. Zij komen uit de hervormde kerk in Tholen en vertonen wat hun stijl betreft een toevallige overeenkomst met het gedenkteken van Jacob Dircksz. Houwaert.

Na de restauratie is in de koperen houder weer een zandloper geplaatst. Vroeger had een dergelijke tijdmeter een functie in de kerk. De predikant kon een boete van drie stuivers krijgen als hij een preek langer dan anderhalf uur liet duren. Het is geen wonder dat men bij lange diensten hoorde klagen: "En wil de predikant nog niet ophouden, men neemt een tuckjen, en sonder goede nacht te seggen, stelt men sich onbeschaemdelick tot de slaep en knickebolt den predikant toe als een stootende bock. En al predickt de predikant dat het hembt hem aan de rugge kleeft en al roept hij: dat het Koningrijck der Hemelen geweldt lijdt en stormenderhandt moet ingenomen en verovert worden, nochtans en waeckt men niet op, al even of 't hem niet raeckte en of men so slapende in den Hemel konde komen."