Boven de preekstoel ziet men een groot bord met de volledige tekst van de "Wetgeving des Heeren". Het hangt er "ter stichting en vermaning" van de gemeente. De geboden zijn in een prachtig handschrift neergeschreven op twee rood-bruine "tafelen" binnen een blauwe omlijsting. Dit geheel wordt bekroond door een sierlijk ornament, met als opvallende kenmerken: enige fraai geschilderde vruchten en bladeren, en een rond silhouet met de zinspreuk: "Het Woudt brande in de liefde Gods altijd. 1599." Binnen deze tekst staat in een lichtkrans "Jahweh", de Hebreeuwse naam van God. De half duistere voorstelling daaronder bevat enkele wolkpartijen, een boom (rechts) en een waterstroom (midden).

Mogelijk heeft de kunstenaar hiermee enige verzen van Psalm 1 in beeld gebracht. In de Statenvertaling luiden zij als volgt: "...Maer sijn lust is in des Heeren wet, ende hy overdenckt sijne wet dagh ende nacht. Want hy sal zijn als een boom, geplant aen waterbeken, die sijne vrucht geeft in sijnen tijt, ende welckes bladt niet af en valt: ende al wat hy doet, sal wel gelucken." Alle genoemde elementen van de schildering zijn in deze woorden herkenbaar. De inhoud en de vorm van de omlopende zinspreuk symboliseren Gods eeuwige aanwezigheid.

Het kerkzegel van de protestantse gemeente 't Woudt - Den Hoorn is afgeleid van het silhouet van het gebodenbord. Het is een eenvoudige voorstelling met een rijke symbolische inhoud.