Vóór de restauratie vond men in de kerk uitsluitend rieten stoelen en een aantal familiebanken. De rode banken die thans het gebouw vullen, zijn voor f 630,-- aangekocht van een gereformeerde kerk in Nijverdal. De eiken bank direct rechts (tegen de zuidmuur) dateert uit de 18e eeuw. De twee bankenblokken tegen de noordmuur vormen met het doophek één geheel; ze hebben een gelijke decoratievorm en zijn in dezelfde kleuren beschilderd. Mogelijk zijn dit de twee banken waarvoor in 1769 een contract werd opgemaakt: "volgens welken wij onderschreve met toestemming der kerkmeesteren in de kerk van 't Wout gezet hebbende ieder voor ons zelve een dubbelde bank, beloovende daarvan aan de kerk jaarlijks te zullen betaalen (elk voor de zijne) een zomma van drie gulden". De ondertekenaars waren Gabriël Jacobsz. van de Kooij en Pieter Arentsz. Dijkxhoorn.

In de noordwesthoek van de kerk staat een schepenbankje uit het midden van de zeventiende eeuw. Hierin zaten vroeger de schepenen, functionarissen die oorspronkelijk met de rechtspraak waren belast, maar zich later ook bezighielden met de wetgeving en het bestuur van het ambacht. Het bankje is versierd met toogpanelen en veel vlechtbanden en vertoont grote overeenkomsten met een schepenbankje in de kerk van Schipluiden uit 1660. Na de restauratie heeft men het plaatsgeld afgeschaft, zodat er geen onderscheid meer is in rangen en standen. Alleen de kerkenraadsleden hebben in de kerk nog vaste zitplaatsen.