In het voorportaal van de kerk treft men op de beide zijwanden twee borden aan met daarop de namen van de 47 predikanten die 't Woudt na de Reformatie hebben gediend. Het valt op dat deze hervormde gemeente veel jonge voorgangers heeft gehad, gezien de toevoeging proponent of kandidaat. Een opvallend predikant was Johannes Fenacolius (1601-1608), die een schitterend overzicht heeft nagelaten van wat er kort na 1600 in de pastorietuin groeide en bloeide. Jacobus Dissius heeft het langst in 't Woudt gestaan (1623-1662).

Als men de kerk binnen gaat, komt men direct onder de indruk van de gewaagde, maar fraaie kleurencombinatie van de banken, het doophek rond de preekstoel en het tongewelf. Door de grote spitsboogvensters, waarin de tracering verschilt, valt het licht aangenaam naar binnen. Inwendig doet het korte schip ruim en hoog aan; dit komt mede doordat het gewelf de ruimte zonder trekbalken overspant. De ribben of schenkels rusten op een muurstijltje met console. Onder de vensters geven sierlijke nissen reliƫf aan de muren. De eikenhouten preekstoel in het verlengde, de grote banken in de vier hoeken en de koperen kaarsenkroon in het midden van de kerk getuigen van een welverzorgde compositie.